Workers’ Memorial Day 2026: stilstaan bij slachtoffers van onveilig werk

Op dinsdag 28 april 2026 is het Workers’ Memorial Day. Wereldwijd wordt op deze dag stilgestaan bij werknemers die gewond zijn geraakt, ziek zijn geworden of zijn overleden door hun werk. Het gaat om slachtoffers van arbeidsongevallen, maar ook om mensen die door langdurige blootstelling aan gevaarlijke stoffen, zware arbeidsomstandigheden of andere werkrisico’s ernstig ziek zijn geworden.

De herdenkingsdag heeft een duidelijke maatschappelijke boodschap: veilig en gezond werk is geen gunst, maar een basisrecht. Voor slachtoffers en nabestaanden is een bedrijfsongeval vaak een ingrijpende gebeurtenis met grote gevolgen. Naast lichamelijk letsel of psychische klachten ontstaan vaak ook zorgen over inkomen, re-integratie, medische kosten en aansprakelijkheid. Juist daarom is het belangrijk om goed te weten wat er na een arbeidsongeval moet gebeuren en welke rechten een slachtoffer heeft.

Aantal arbeidsongevallen in Nederland blijft hoog

De cijfers van de Nederlandse Arbeidsinspectie laten zien dat arbeidsongevallen nog altijd een groot probleem zijn. In 2025 ontving de Arbeidsinspectie 4.807 meldingen van arbeidsongevallen. Dat is een stijging van 12 procent ten opzichte van 2024, toen het om 4.306 meldingen ging. Ook het aantal ongevalsonderzoeken nam toe: in 2025 startte de Arbeidsinspectie 3.044 onderzoeken en werden 2.987 onderzoeken afgesloten.

In 2025 kwamen 59 mensen om het leven door een meldingsplichtig arbeidsongeval. In de jaren daarvoor schommelde dit aantal: 60 dodelijke slachtoffers in 2021, 51 in 2022, 72 in 2023 en 52 in 2024. Het voorlopige aantal slachtoffers in ongevalszaken die in 2025 zijn gestart, bedroeg volgens de Arbeidsinspectie circa 3.100. Het definitieve aantal slachtoffers wordt later gepubliceerd in de Monitor Arbeidsongevallen 2025.

Daarbij gaat het alleen om meldingsplichtige arbeidsongevallen. Een arbeidsongeval moet worden gemeld als het leidt tot overlijden, blijvend letsel of ziekenhuisopname. Veel lichtere ongevallen, ongevallen zonder melding of beroepsziekten vallen buiten deze specifieke cijfers. Volgens de FNV overlijden jaarlijks in Nederland daarnaast meer dan 4.000 mensen door een beroepsziekte, voor een groot deel door blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

Wanneer is sprake van een bedrijfsongeval?

Een bedrijfsongeval is een ongeval dat plaatsvindt tijdens het werk of in verband met het verrichten van werkzaamheden. Dat kan gebeuren op de werkvloer, op een bouwplaats, in een magazijn, onderweg voor het werk, bij een klant, op een bedrijfsterrein of tijdens werkzaamheden op een externe locatie.

Voorbeelden zijn een val van hoogte, een ongeval met een machine, een aanrijding tijdens werktijd, een beknelling, een val over een obstakel, letsel door vallende voorwerpen of blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Ook psychisch letsel kan een rol spelen, bijvoorbeeld na een ernstig incident op de werkvloer.

Niet ieder ongeval tijdens werktijd leidt automatisch tot aansprakelijkheid van de werkgever. Wel heeft de werkgever een vergaande zorgplicht. Hij moet zorgen voor een veilige werkplek, veilige arbeidsmiddelen, duidelijke instructies, voldoende toezicht en passende maatregelen om risico’s te voorkomen. Als een werknemer schade lijdt tijdens het werk, is de werkgever in veel gevallen aansprakelijk, tenzij hij kan aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan of dat sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Die laatste uitzondering wordt in de praktijk niet snel aangenomen.

Wat gebeurt er direct na een bedrijfsongeval?

Na een bedrijfsongeval staat medische hulp uiteraard voorop. Bij ernstig letsel moeten hulpdiensten worden ingeschakeld en moet het slachtoffer zo snel mogelijk worden behandeld. Daarna is het belangrijk dat het ongeval goed wordt vastgelegd. Dat begint met een interne melding bij de leidinggevende of werkgever.

Bij ernstige ongevallen moet de werkgever het ongeval direct melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Dat is verplicht bij een dodelijk ongeval, blijvend letsel of ziekenhuisopname. Ook als later blijkt dat sprake is van blijvend letsel of een ziekenhuisopname, moet de werkgever alsnog direct melding doen. Een dagopname in het ziekenhuis kan ook onder de meldplicht vallen; een poliklinische behandeling is daarvoor in beginsel niet voldoende.

De Arbeidsinspectie beoordeelt vervolgens of een onderzoek nodig is. Bij een bezoek aan de ongevalslocatie kunnen getuigen worden gehoord, foto’s worden gemaakt, documenten worden opgevraagd, camerabeelden worden bekeken en soms zaken in beslag worden genomen. Bij dodelijke arbeidsongevallen vindt in principe strafrechtelijk onderzoek plaats onder gezag van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie.

Werkgeversrapportage en onderzoek naar oorzaken

Wanneer sprake is van een meldingsplichtig arbeidsongeval, kan de Arbeidsinspectie de werkgever vragen om een werkgeversrapportage op te stellen. Daarin moet de werkgever niet alleen beschrijven wat er is gebeurd, maar ook onderzoeken waardoor het ongeval kon ontstaan. Het gaat dus niet alleen om de directe oorzaak, maar ook om achterliggende oorzaken, zoals onvoldoende instructie, gebrekkig toezicht, tijdsdruk, onveilige werkmethoden of ondeugdelijk materiaal.

In de rapportage moet ook een verbeterplan worden opgenomen. Het doel daarvan is dat de werkgever maatregelen neemt om herhaling te voorkomen. Denk aan betere instructies, extra beveiliging van machines, aanpassing van werkprocessen, meer toezicht, aanvullende beschermingsmiddelen of betere registratie van risico’s.

Voor het slachtoffer is zo’n onderzoek van groot belang. De bevindingen kunnen later een rol spelen bij de aansprakelijkheidsvraag. Tegelijkertijd is het belangrijk om niet alleen afhankelijk te zijn van het onderzoek van de werkgever of de Arbeidsinspectie. Het slachtoffer doet er verstandig aan om ook zelf zoveel mogelijk bewijs veilig te stellen.

Bewijs verzamelen na een arbeidsongeval

In een letselschadezaak na een bedrijfsongeval is bewijs vaak doorslaggevend. Het is daarom belangrijk om zo snel mogelijk informatie te verzamelen. Denk aan foto’s van de ongevalslocatie, machines, gereedschappen, beschermingsmiddelen, werksituatie en eventuele gebreken. Ook namen van getuigen, appberichten, e-mails, werkroosters, instructies, veiligheidsvoorschriften en medische stukken kunnen belangrijk zijn.

Daarnaast moet het letsel goed worden gedocumenteerd. Het slachtoffer doet er verstandig aan medische hulp te zoeken en klachten duidelijk te laten vastleggen. Ook een overzicht van gemiste inkomsten, reiskosten, hulp in huis, kosten voor verzorging, eigen risico, re-integratiekosten en andere schadeposten is van belang.

Veel slachtoffers denken in eerste instantie vooral aan hun herstel. Dat is begrijpelijk. Toch kunnen de eerste dagen en weken na het ongeval bepalend zijn voor de latere bewijspositie. Als de situatie op de werkvloer wordt aangepast, machines worden gerepareerd of getuigen uit beeld raken, kan belangrijke informatie verloren gaan.

Aansprakelijkheid van de werkgever

De juridische basis voor werkgeversaansprakelijkheid is artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek. Kort gezegd moet de werknemer stellen en zo nodig bewijzen dat hij schade heeft geleden tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden. Als dat vaststaat, ligt de bewijslast vervolgens grotendeels bij de werkgever. Die moet aantonen dat hij voldoende maatregelen heeft genomen om het ongeval te voorkomen, of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

Die verdeling is belangrijk. Een werknemer hoeft dus niet altijd precies te bewijzen welke fout de werkgever heeft gemaakt. De werkgever moet kunnen laten zien dat de werkplek veilig was, dat risico’s voldoende waren geïnventariseerd, dat instructies duidelijk waren, dat toezicht voldoende was en dat passende beschermingsmaatregelen waren getroffen.

Ook uitzendkrachten, ingeleende werknemers, stagiairs en soms zzp’ers kunnen onder omstandigheden bescherming ontlenen aan de regels over werkgeversaansprakelijkheid. Juist bij flexibele arbeidsrelaties kunnen ingewikkelde vragen ontstaan over wie verantwoordelijk is: de formele werkgever, de inlener, de opdrachtgever of meerdere partijen tegelijk.

Welke schade kan worden verhaald?

Bij letselschade na een bedrijfsongeval kan het gaan om veel verschillende schadeposten. Voorbeelden zijn verlies aan inkomen, pensioenschade, medische kosten, kosten voor huishoudelijke hulp, reiskosten, kosten voor aanpassingen in huis, kosten voor begeleiding, studievertraging, verlies aan zelfwerkzaamheid en smartengeld.

Smartengeld is een vergoeding voor pijn, verdriet en verlies aan levensvreugde. De hoogte daarvan hangt af van de ernst van het letsel, de duur van het herstel, blijvende beperkingen, psychische gevolgen en de impact op het dagelijks leven.

In ernstige zaken kan ook de re-integratie complex worden. Het slachtoffer moet mogelijk aangepast werk doen, omscholen of volledig stoppen met werken. Dan is deskundige begeleiding extra belangrijk, omdat de schade niet alleen ziet op de situatie direct na het ongeval, maar ook op de toekomst.

Waarom gespecialiseerde rechtshulp belangrijk is

Een bedrijfsongeval is juridisch vaak ingewikkelder dan het op het eerste gezicht lijkt. Er spelen medische, arbeidsrechtelijke, verzekeringsrechtelijke en civielrechtelijke vragen. De werkgever of diens verzekeraar zal willen weten hoe het ongeval is gebeurd, welk letsel daardoor is ontstaan en welke schade daadwerkelijk aan het ongeval kan worden toegerekend.

Een gespecialiseerde letselschadeadvocaat kan het slachtoffer helpen om de aansprakelijkheid goed te onderbouwen, bewijs veilig te stellen, medische informatie zorgvuldig te beoordelen en alle schadeposten in kaart te brengen. Ook kan de advocaat beoordelen of de Arbeidsinspectie moet worden ingeschakeld, of aanvullende deskundigen nodig zijn en of voorschotten op de schadevergoeding moeten worden gevraagd.

Dat is niet alleen van belang bij zware ongevallen. Ook bij letsel dat aanvankelijk beperkt lijkt, kunnen later langdurige klachten, arbeidsongeschiktheid of inkomensproblemen ontstaan. Een te snelle regeling kan dan nadelig uitpakken. Een gespecialiseerde advocaat bewaakt dat het slachtoffer niet akkoord gaat met een schadevergoeding voordat duidelijk is wat de gevolgen op langere termijn zijn.

Workers’ Memorial Day als waarschuwing én oproep

Workers’ Memorial Day 2026 is een moment van herdenking, maar ook van bewustwording. Achter ieder arbeidsongeval schuilt een persoonlijk verhaal: een werknemer die niet meer volledig kan werken, een gezin dat inkomen mist, een slachtoffer dat moet leren leven met beperkingen of nabestaanden die een dierbare verliezen.

De actuele cijfers maken duidelijk dat veilig werk blijvende aandacht vraagt. Werkgevers moeten risico’s serieus nemen en investeren in preventie. Werknemers moeten weten dat zij recht hebben op een veilige werkplek. En slachtoffers van een bedrijfsongeval moeten weten dat zij niet alleen staan.

Wie letsel oploopt door een arbeidsongeval, doet er verstandig aan tijdig gespecialiseerde juridische hulp in te schakelen. Niet om het conflict te zoeken, maar om duidelijkheid te krijgen over rechten, aansprakelijkheid en schadevergoeding. Zeker bij ernstig letsel kan goede rechtshulp het verschil maken tussen een onvolledige afwikkeling en een regeling die recht doet aan de werkelijke gevolgen van het ongeval.