Op 25 juni 2024 heeft het gerechtshof Den Haag een verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur wegens aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend handelen en voor schuld aan het daardoor veroorzaakte verkeersongeval met dodelijke afloop. Een 7-jarige fietsster is hierbij helaas om het leven gekomen. De veroordeling vond plaats op basis van artikel 6 Wegenverkeerswet (WVW).
Op 5 juni 2021 fietste het meisje rond het middaguur tussen haar moeder en vader in op de Steenstraat te Leiden. Aan de rechterkant van de weg waren taxi’s deels op de weg en deels op de stoep opgesteld. De verdachte bevond zich achter in een van die taxi’s. Ondanks waarschuwingen van een inzittende van de taxi opende de verdachte, nadat vader op de fiets de taxi had gepasseerd, het portier. Het 7-jarige meisje botste tegen het portier aan en is daardoor op de weg gevallen. Op hetzelfde moment passeerde de lijnbus en overreed het meisje. Het slachtoffertje is ter plaatse aan haar verwondingen overleden.
Het gerechtshof oordeelt dat de verdachte niet zo voorzichtig en oplettend is geweest als een normaal voorzichtige en oplettende uitstappende passagier van een auto. Hierbij wordt rekening gehouden met alle verkeersomstandigheden ten tijde van het ongeval. Daarnaast speelt een rol dat de verdachte is gewaarschuwd niet uit te stappen. Ook had de verdachte de vader van het slachtoffertje in eerste instantie niet gezien en trok in verband met het plotseling verschijnen van de vader het portier snel weer dicht. Hij had meer alert moeten zijn gelet op alle omstandigheden. De verdachte heeft de verkeerde beslissing genomen door de deur kort daarna weer te openen en zich schuldig gemaakt aan het verkeersongeval.
De verschrikkelijke gevolgen van het ongeval hebben grote impact gemaakt op alle betrokkenen. De ouders hebben in het bijzonder onherstelbaar leed en onnoemelijk verdriet opgelopen. Ook heeft het ongeval grote impact gemaakt op alle getuigen en de verdachte zelf. Hiermee is ook rekening gehouden bij de oplegging van de straf.
Regelmatig worden weggebruikers geconfronteerd met uit het niets openslaande of reeds openstaande autoportieren. Helaas kijken niet alle bestuurders en inzittenden uit bij het verlaten van het voertuig. Zoals ook blijkt uit de bovenstaande uitspraak kan dit vergaande gevolgen hebben.
Of de veroorzaker ook civielrechtelijk aansprakelijk is, hangt af van diverse factoren. Van belang is te weten:
Een openslaande of openstaande autodeur kan een gevaarlijke situatie opleveren. De kans op letselschade ligt op de loer. Of het slachtoffer in aanmerking komt voor een schadevergoeding hangt af van de bovenstaande punten.
Indien het slachtoffer een ongemotoriseerde betreft, dan wordt hij of zij beschermd op grond artikel 185 Wegenverkeerswet. Dit houdt in dat de WAM-verzekeraar van het voertuig vrijwel altijd voor minimaal 50% aansprakelijk is voor de schade die het slachtoffer heeft opgelopen, tenzij er sprake is van overmacht. Lees hier meer over de bescherming van artikel 185 WVW.
Van belang is ook of het om een stilstaande of geparkeerde auto gaat. Een geparkeerde auto staat langer stil dan nodig is voor het in- of uitstappen. Een geparkeerde auto neemt geen deel aan het verkeer in tegenstelling tot een stilstaande auto. Een stilstaande auto is een auto die bijvoorbeeld stopt voor een zebrapad of stoplicht of aan het laden en lossen is. Deze auto neemt wel deel aan het verkeer. Artikel 185 WVW is zodoende wel van toepassing op een stilstaande auto, maar niet op een geparkeerde auto. Bij een auto waarvan het portier opengaat, is het daarom van belang om te weten of het gaat om een geparkeerde of stilstaande auto.
Gelet op het bovenstaande is het openslaan van een portier een handeling die hoort bij het in- of uitstappen van het voertuig. Het gaat dan om een stilstaande auto. Een fietser die door een openslaand portier ten val komt, heeft zodoende in beginsel recht op een schadevergoeding (van tenminste 50% van de schade).
Ook de bezitters van gemotoriseerde voertuigen die schade oplopen door een openslaande portier kunnen vaak hun schade verhalen. Het openslaan van een portier kan mogelijk als onrechtmatig worden aangemerkt.
In het geval van een openstaand portier bij een geparkeerde auto staat het slachtoffer niet bij uitstek met lege handen. Ondanks dat de auto geen deel neemt aan het verkeer en artikel 185 WVW dus niet van toepassing is, kan er sprake zijn van aansprakelijkheid op grond van gevaarzetting. Dit hangt af van de omstandigheden van het geval. Er wordt dan onder andere gekeken naar de volgende factoren: waar staat de auto geparkeerd, hoe is het zicht en hoe groot is de kans op een ongeval?
Een strafzaak en een letselschadezaak zijn twee los van elkaar staande juridische procedures. Het betreft twee verschillende rechtsgebieden, namelijk het strafrecht en het civiele recht. De twee juridische procedures kunnen wel met elkaar verband houden. Artikel 161 Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat een strafrechtelijke veroordeling voor een bepaald feit dwingend bewijs oplevert van dat feit in een civiele procedure. De civiele rechter dient dan ook uit te gaan van de juistheid van dit feit, behoudens het leveren van tegenbewijs (ontzenuwen van strafrechtelijk dwingend bewijs is voldoende). Dit brengt niet met zich mee dat een strafrechtelijke veroordeling zonder meer een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW oplevert in een civiele procedure. Of er sprake is van een onrechtmatige daad dient beoordeeld te worden aan de hand van de daarvoor geldende criteria door de civiele rechter. Kortom, de criteria uit het civiele traject zijn van belang. Vaak maakt een strafrechtelijke veroordeling het bewijs van de onrechtmatige daad wel eenvoudiger. Het in het strafrecht bewezen geachte feit wordt immers, behoudens tegenbewijs, in het civiele recht als vaststaand beschouwd.
Letselschade Advocaat Laseur is in 2015 opgericht door de heer mr. I. (Ivo) Laseur. Na zowel zijn universitaire studie als zijn specialisatieopleiding Personenschade aan de Grotius Academie cum laude te hebben afgerond, heeft de heer Laseur meerdere jaren ervaring in de letselschadepraktijk opgedaan. Vervolgens heeft hij al zijn deskundigheid gebundeld om zijn eigen onderneming op te richten. In de jaren daarna is het kantoor van Letselschade Advocaat Laseur uitgebreid met een enthousiast en deskundig team.
De heer mr. Laseur is:
Lid van de Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA), de WAA en de VASR.
Letselschade Advocaat Laseur
Stationsplein 49, vijfde verdieping
1703 WD Heerhugowaard
Postadres
Postbus 1119
1700 BC Heerhugowaard
Kamer van Koophandel nummer: 62546147