Ongeval met bus bij het Piratenfestival

De rechtbank Overijssel oordeelt over de vraag wie aansprakelijk is na een aanrijding bij het Piratenfestival tussen een bezoeker en een bus. De Stichting als organisator van het Piratenfestival en de WAM-verzekeraar van de desbetreffende bus worden beiden aansprakelijk gesteld voor de schade die de bezoeker heeft geleden en lijdt als gevolg van het ongeval d.d. 24 oktober 2021.

De man is op de voormelde datum bij het verlaten van het festivalterrein rond 20:00 uur met een deel van zijn lichaam terecht gekomen onder een bus. Hij was samen met zijn vrienden op zoek gegaan naar de juiste bus die hen naar hun woonplaats kon vervoeren. Tijdens de zoektocht heeft er tussen het slachtoffer en de bus een aanrijding plaatsgevonden.

De rechtbank is van oordeel dat de stellingen van het slachtoffer ontoereikend  zijn om te kunnen oordelen dat sprake is van een onrechtmatige daad van de Stichting. De stelling dat de Stichting heeft nagelaten de verkeersstromen tussen de festivalgangers enerzijds en de binnenkomende en wegrijdende bussen anderzijds van elkaar te scheiden, althans de nodige veiligheidsvoorzieningen te treffen, is naar het oordeel van de rechtbank, mede gelet op het gemotiveerde verweer van de Stichting, onvoldoende feitelijk onderbouwd. Dat in een bepaalde situatie een ongeval kán gebeuren, betekent niet dat het in het leven roepen of het in stand laten van die situatie in strijd is met de maatschappelijke zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 6:162 BW, aldus de rechtbank.

De rechtbank oordeelt dat artikel 185 Wegenverkeerswet (WVW) van toepassing is, ondanks dat het ongeval zich niet heeft voltrokken op de openbare weg. Nu artikel 185 WVW van toepassing is, dient er minimaal 50% van de schade van het slachtoffer vergoed te worden. De bestuurder van het gemotoriseerde voertuig (bus) is in beginsel aansprakelijk en dient 50% van de schade van het ongemotoriseerde slachtoffer te vergoeden. Ondanks de betwisting aan de zijde van de WAM-verzekeraar is de laatstgenoemde dus aansprakelijk voor minimaal 50%.

Het beroep op overmacht en op opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid aan de zijde van de verzekeraar vindt geen doorgang. Wel spreekt de rechtbank van een deel eigen schuld aan de zijde van het slachtoffer. Zo liep hij onder andere ten tijde van het ongeval in de dode hoek van de bus, heeft hij meerdere waarschuwingen gekregen en was hij onder invloed van alcohol.

Gelet op de aard en de ernst van het blijvende letsel en het ontbreken van een verzekering aan de kant van het slachtoffer is er aanleiding tot toepassing van enige billijkheidscorrectie.

Na beoordeling van alle omstandigheden van het geval oordeelt de rechtbank dat de verzekeraar 75% van de schade dient te vergoeden.

Letselschade advocaat klant