Wie struikelt over een losliggende stoeptegel en daarbij letsel oploopt, denkt al snel: de gemeente is verantwoordelijk voor de stoep, dus de schade zal wel vergoed moeten worden. In de praktijk ligt dat juridisch een stuk ingewikkelder. Dat blijkt ook uit een recente uitspraak van de rechtbank Gelderland over een valpartij op een trottoir in Nijmegen. De rechter wees de claim af, omdat niet duidelijk genoeg kon worden vastgesteld waardoor de man precies was gevallen. Bovendien vond de rechtbank dat het hoogteverschil in deze zaak niet zo ernstig was dat sprake was van een gebrekkige opstal of een schending van de zorgplicht van de gemeente.
De zaak draaide om een man die stelde dat hij op 26 september 2023 bij een huisartsenpraktijk in Nijmegen ten val was gekomen door een uitstekende stoeptegel. Volgens hem hield hij daaraan onder meer een pijnlijke schouder en een afgebroken tand over. Hij stelde de gemeente Nijmegen als wegbeheerder aansprakelijk en voerde aan dat sprake was van een gebrekkige opstal dan wel van onrechtmatig handelen. De rechtbank ging daar niet in mee.
De eerste hobbel voor de verzoeker was het bewijs van de toedracht. De rechtbank vond dat niet vaststond dat hij daadwerkelijk over een uitstekende stoeptegel was gevallen. Hij had wel foto’s ingediend van meerdere plekken op het trottoir met oneffenheden, maar hij kon niet aanwijzen om welke specifieke tegel het ging. Ook waren er geen getuigen die de val hadden zien gebeuren. Dan ontstaat een fundamenteel probleem: als niet duidelijk is waarover iemand precies is gevallen, kan ook niet goed worden beoordeeld of de gemeente juridisch aansprakelijk is.
Daar kwam nog iets bij. Zelfs als de rechtbank de lezing van de man zou volgen, leidde dat volgens de kantonrechter nog niet automatisch tot aansprakelijkheid. Tussen partijen stond vast dat het hoogteverschil op de betreffende plek ongeveer twee centimeter bedroeg, in elk geval niet meer dan drie centimeter. Volgens de aangehaalde CROW-richtlijn valt zo’n oneffenheid in de categorie matig. De rechtbank vond dat in deze situatie acceptabel, mede omdat het ging om een breed en overzichtelijk trottoir waar voetgangers goed zicht hadden op het wegdek. De boodschap van de rechter was duidelijk: een stoep hoeft niet volmaakt egaal te zijn en van voetgangers mag ook oplettendheid worden verwacht.
Ook het beroep op schending van de zorgplicht haalde het niet. De gemeente had onweersproken toegelicht dat de trottoirs eens per drie jaar worden geïnspecteerd en dat dit hier ook was gebeurd. Daarnaast had de gemeente na de melding van het ongeval de locatie geïnspecteerd, opgemeten en gerepareerd. Volgens de rechtbank was daarom niet gebleken dat de gemeente als wegbeheerder onvoldoende had gedaan.
Deze uitspraak betekent niet dat een gemeente na een val over een stoeptegel nooit aansprakelijk is. Zo’n claim kan wel degelijk slagen, maar dan moet de feitelijke en juridische onderbouwing sterker zijn.
Een claim heeft meer kans van slagen als allereerst precies kan worden aangetoond waar en hoe het ongeval is gebeurd. Denk aan duidelijke foto’s van de exacte plek, direct na het ongeval gemaakt, liefst vanuit meerdere hoeken. Getuigenverklaringen kunnen daarbij veel gewicht hebben. Ook medische informatie die past bij de aard en het moment van de val helpt om het verhaal te onderbouwen.
Daarnaast speelt de ernst van de oneffenheid een grote rol. Niet ieder hoogteverschil maakt een stoep juridisch gebrekkig. Maar wanneer sprake is van een duidelijk gevaarlijke situatie, bijvoorbeeld een fors uitstekende tegel, een plotseling hoogteverschil, verzakking, losliggende bestrating of een slecht zichtbare situatie, kan het oordeel anders uitvallen. Dat geldt temeer als de plek intensief wordt gebruikt of als daar extra kwetsbare verkeersdeelnemers komen, zoals ouderen of mensen met mobiliteitsproblemen.
Verder kan van belang zijn of de gemeente al eerder signalen had ontvangen over de onveilige situatie. Als er klachten zijn geweest, eerdere incidenten bekend waren of blijkt dat onderhoud te lang is uitgebleven, kan dat meewegen bij de vraag of de gemeente haar zorgplicht heeft geschonden. Ook de inrichting van de locatie telt mee: een slecht verlichte stoep, een onoverzichtelijke hoek of een combinatie van meerdere gebreken kan een zaak juridisch sterker maken.
Kort gezegd: een succesvolle claim vraagt meestal om een combinatie van factoren. Niet alleen moet aannemelijk zijn dat de val daadwerkelijk door het gebrek is veroorzaakt, ook moet dat gebrek ernstig genoeg zijn om te kunnen zeggen dat de weg niet voldeed aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mochten worden gesteld.
Een val over een stoeptegel lijkt op het eerste gezicht eenvoudig, maar juridisch draait het al snel om bewijs, wegbeheer, zorgplicht, de maatstaf van artikel 6:174 BW en artikel 6:162 BW, en de vraag hoe rechterlijke criteria in een concrete situatie uitpakken. De grens tussen een ongelukkige val en een juridisch verwijtbare gevaarlijke situatie is vaak dun. Juist bij dit soort zaken is het inschakelen van een gespecialiseerde letselschadeadvocaat belangrijk.
Een gespecialiseerde letselschadeadvocaat kan vroeg in het traject beoordelen of een zaak voldoende kansrijk is. Ook kan zo’n advocaat helpen met het veiligstellen van bewijs, het opvragen van gemeentelijke gegevens, het analyseren van inspectie- en onderhoudsinformatie en het juridisch inkaderen van de feiten. Dat voorkomt dat een claim te vroeg, te algemeen of met onvoldoende onderbouwing wordt ingesteld.
Voor slachtoffers is dat van groot belang. Niet iedere valpartij leidt tot aansprakelijkheid van de gemeente, maar een goed onderbouwde zaak maakt wel degelijk verschil. Wie letsel oploopt door een vermoedelijk gevaarlijke stoep of weg doet er daarom verstandig aan snel juridisch advies in te winnen. Zeker als er sprake is van blijvend letsel, inkomensschade of discussie over de oorzaak van het ongeval, kan gespecialiseerde bijstand bepalend zijn voor de uitkomst.