Letselschade na botsing spookrijdende bakfietser: maaltijdbezorger niet aansprakelijk

Een fietsongeval kan grote gevolgen hebben. Zeker wanneer iemand ernstig letsel oploopt, ligt al snel de vraag op tafel wie aansprakelijk is voor de schade. Dat geldt ook bij een botsing tussen twee fietsers. Maar letsel alleen is niet genoeg om aansprakelijkheid aan te nemen. Er moet ook kunnen worden vastgesteld dat de andere fietser een verkeersfout heeft gemaakt of verwijtbaar heeft gehandeld.

Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland over een ernstig fietsongeval tussen een vrouw op een elektrische bakfiets en een maaltijdbezorger van UberEats. De vrouw reed in het donker tegen de rijrichting in over een fietspad. De maaltijdbezorger reed op een racefiets in de juiste richting en was onderweg om een maaltijd te bezorgen. De twee kwamen met elkaar in botsing. De vrouw liep ernstig hersenletsel op en kon zich het ongeval niet herinneren.

De vrouw stelde dat de maaltijdbezorger, UberEats en verzekeraar AXA XL medeaansprakelijk waren voor haar letselschade. De rechtbank ging daar niet in mee. Volgens de rechtbank kon op basis van de vaststaande feiten niet worden geconcludeerd dat de maaltijdbezorger een verkeersfout had gemaakt.

Ernstige letselschade na botsing op fietspad

Het ongeval gebeurde op 8 januari 2021 rond 18.45 uur op een fietspad in Noord-Holland. Het was donker. De vrouw reed op een elektrische bakfiets aan de verkeerde kant van de weg, dus tegen de rijrichting in. De maaltijdbezorger reed op een racefiets in de juiste richting over hetzelfde fietspad.

Kort voor de botsing had de maaltijdbezorger een andere fietser ingehaald. Die fietser zag de aanrijding gebeuren en is later als getuige gehoord. Ook zijn in de zaak verkeersongevallenanalyses ingebracht.

De vrouw liep ernstig hersenletsel op. Omdat zij zich het ongeval niet kon herinneren, kon zij zelf niet verklaren over haar snelheid, haar exacte positie op het fietspad of de vraag of haar fietsverlichting op dat moment aan stond.

Waarom de vrouw de maaltijdbezorger aansprakelijk stelde

De vrouw erkende dat zij zelf in ieder geval deels verantwoordelijk was voor het ontstaan van het ongeval, omdat zij tegen de rijrichting in reed. Toch vond zij dat ook de maaltijdbezorger een verwijt kon worden gemaakt.

Volgens haar fietste hij met te hoge snelheid over een donker fietspad. Ook zou hij vlak voor het ongeval een andere fietser hebben ingehaald, onvoldoende felle verlichting hebben gevoerd, kort op zijn telefoon hebben gekeken en onvoldoende hebben opgelet. De telefoon zat in een houder en werd volgens de maaltijdbezorger gebruikt als routeplanner.

De vrouw vroeg de rechtbank om vast te stellen dat de maaltijdbezorger, UberEats en AXA XL medeaansprakelijk waren. Zij vond dat zij 75 procent van haar schade moesten vergoeden, met toepassing van de billijkheidscorrectie.

Aansprakelijkheid voor letselschade bij een fietsongeluk

Bij een fietsongeluk tussen twee fietsers geldt als uitgangspunt dat ieder zijn eigen schade draagt, tenzij de schade is veroorzaakt door onrechtmatig handelen van een ander. In deze zaak moest de rechtbank beoordelen of de maaltijdbezorger onrechtmatig had gehandeld.

Daarbij keek de rechtbank onder meer naar artikel 5 van de Wegenverkeerswet en artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Artikel 5 WvW verbiedt gevaarzettend gedrag in het verkeer. Artikel 19 RVV bepaalt dat een bestuurder in staat moet zijn om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is.

De centrale vraag was dus niet alleen of er ernstig letsel was ontstaan, maar vooral of de maaltijdbezorger een verkeersfout had gemaakt die aan hem kon worden toegerekend.

Geen te hoge snelheid vastgesteld

Een belangrijk verwijt was dat de maaltijdbezorger te hard zou hebben gefietst. Dat verwijt slaagde niet.

Uit gegevens van de UberEats-app bleek dat hij op het moment van het ongeval 21,5 kilometer per uur fietste. De rechtbank vond dat geen bijzondere snelheid. Daarbij speelde mee dat het ging om een recht en overzichtelijk fietspad. Ook wees de rechtbank erop dat de vrouw zelf op een elektrische bakfiets reed, zodat het niet ondenkbaar was dat zij met een vergelijkbare snelheid reed.

Omdat de snelheid van de vrouw niet vaststond en de snelheid van de maaltijdbezorger niet als te hoog werd gezien, kon op dit punt geen verkeersfout worden aangenomen.

Verlichting van de maaltijdbezorger

Ook het verwijt over de fietsverlichting leidde niet tot aansprakelijkheid. Vast stond dat de maaltijdbezorger verlichting voerde. De vrouw stelde wel dat het slechts om een klein knipperlichtje ging en dat niet duidelijk was hoe fel het licht was, maar zij had niet onderbouwd aan welke norm de felheid van fietsverlichting moest voldoen.

De rechtbank kon daarom niet vaststellen dat de verlichting onvoldoende was om veilig aan het verkeer deel te nemen. Dat de ingehaalde fietser de voorverlichting van de maaltijdbezorger niet had opgemerkt, was daarvoor niet genoeg.

Kort kijken op routeplanner

Verder stond vast dat de maaltijdbezorger vlak voor het ongeval kort op zijn telefoon keek. Die telefoon zat in een houder. Hij hield het toestel dus niet in zijn hand.

De maaltijdbezorger verklaarde dat hij misschien één seconde op zijn routeplanner had gekeken. De rechtbank vond dat, mede gezien de overige omstandigheden, onvoldoende om aansprakelijkheid aan te nemen. Van belang was dat hij aan de rechterkant van het fietspad reed, in de juiste richting, en dat hij niet zonder meer hoefde te verwachten dat iemand hem in het donker tegen de rijrichting in tegemoet zou komen.

De vrouw voerde nog aan dat op die plek vaker tegen de richting in werd gefietst. Ook dat overtuigde de rechtbank niet. De maaltijdbezorger woonde niet in de buurt en het ging volgens de rechtbank niet om een feit van algemene bekendheid.

Onzekerheid over verlichting van de bakfiets

Een belangrijk punt was ook dat niet kon worden vastgesteld of de vrouw zelf verlichting voerde op haar bakfiets. Zij kon zich het ongeval niet herinneren en verklaarde alleen dat zij haar verlichting normaal gesproken altijd aanzette. Haar echtgenoot bevestigde dat.

Daartegenover stond dat zowel de maaltijdbezorger als de ingehaalde fietser hadden verklaard dat zij de vrouw niet hadden zien aankomen. Volgens UberEats en AXA XL wees dat erop dat de verlichting van de bakfiets mogelijk niet aan stond.

De rechtbank kon niet vaststellen of de bakfiets verlicht was. Daardoor kon ook niet worden beoordeeld of de maaltijdbezorger een verwijt kon worden gemaakt van het feit dat hij de vrouw niet of te laat had gezien.

Verzoek om schadevergoeding afgewezen

De rechtbank kwam tot de conclusie dat de drempel voor aansprakelijkheid niet werd gehaald. Op basis van de feiten die voldoende vaststonden, kon niet worden aangenomen dat de maaltijdbezorger gevaarzettend of verwijtbaar had gehandeld.

De verzoeken van de vrouw werden daarom afgewezen. Dat betekent dat de rechtbank niet heeft vastgesteld dat de maaltijdbezorger, UberEats of AXA XL aansprakelijk zijn voor haar letselschade. Er is in deze deelgeschilprocedure dus ook geen schadevergoeding toegewezen.

Wel begrootte de rechtbank de kosten van het deelgeschil. Dat gebeurt in letselschadezaken ook als een verzoek wordt afgewezen, tenzij de procedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld. Daarvan was volgens de rechtbank geen sprake. De kosten werden begroot op 5.929 euro inclusief btw, vermeerderd met het griffierecht. Omdat aansprakelijkheid niet is vastgesteld, hoeven de verweerders deze kosten niet te betalen. Dat zou alleen anders kunnen zijn als hun aansprakelijkheid later alsnog komt vast te staan.

Wat betekent deze uitspraak voor letselschade na een fietsongeluk?

Deze zaak laat zien dat aansprakelijkheid bij een fietsongeluk sterk afhangt van de concrete feiten. Wie letselschade oploopt, moet niet alleen aantonen dat er schade is, maar ook dat de ander een verkeersfout heeft gemaakt of zich onzorgvuldig heeft gedragen.

Dat bewijs kan lastig zijn, zeker als het slachtoffer zich het ongeval niet kan herinneren. Dan worden getuigenverklaringen, appgegevens, verkeersongevallenanalyses, de positie op de weg, verlichting en snelheid extra belangrijk.

De uitspraak laat ook zien dat spookrijden op een fietspad zwaar kan meewegen. Een fietser die in het donker tegen de rijrichting in rijdt, creëert een gevaarlijke situatie. De andere fietser hoeft daar niet altijd op bedacht te zijn, zeker niet als niet vaststaat dat die andere fietser te hard reed, onvoldoende verlichting voerde of onvoldoende oplette.

Bewijs is doorslaggevend

Bij letselschade na een fietsongeluk draait het vaak om de vraag wat er precies is gebeurd. Wie reed waar? Hoe hard werd er gereden? Was er verlichting? Was het fietspad overzichtelijk? Waren er getuigen? Is er technische informatie beschikbaar, bijvoorbeeld uit een app, fietscomputer of verkeersongevallenanalyse?

In deze zaak kon de rechtbank veel verwijten niet vaststellen. De snelheid van de maaltijdbezorger was volgens de beschikbare gegevens niet bijzonder hoog. Hij reed aan de juiste kant van het fietspad. Hij voerde verlichting. Het korte kijken op de routeplanner was onder deze omstandigheden niet genoeg voor aansprakelijkheid. En van de bakfiets stond juist niet vast of de verlichting aan stond.

Daarom werd de letselschadeclaim afgewezen.

Conclusie

Ernstige letselschade betekent niet automatisch dat een andere verkeersdeelnemer aansprakelijk is. Ook bij zwaar letsel moet worden vastgesteld dat de ander een verkeersfout heeft gemaakt of verwijtbaar heeft gehandeld.

In deze zaak reed de vrouw met haar elektrische bakfiets in het donker tegen de rijrichting in. De maaltijdbezorger reed in de juiste richting, met verlichting en zonder vastgestelde te hoge snelheid. Dat hij kort op zijn routeplanner keek, was voor de rechtbank onvoldoende om aansprakelijkheid aan te nemen.

De rechtbank wees de claim daarom af. De zaak onderstreept hoe belangrijk de feitelijke toedracht en het bewijs zijn bij letselschade na een fietsongeluk.

letselschade bakfietser spookrijden