Deelgeschil tegen Zurich: jonge benadeelde krijgt ruimte voor ondernemerschap en extra voorschotten

Een deelgeschilprocedure kan een effectief middel zijn om vastgelopen onderhandelingen over letselschade weer op gang te brengen. Dat blijkt opnieuw uit een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant van 18 december 2025 (ECLI:NL:RBOBR:2025:8339). In deze zaak botsten partijen met name over de vraag wat je als benadeelde “redelijkerwijs” nog moet doen om inkomensschade te beperken, en in hoeverre een verzekeraar ruimte moet geven aan een alternatieve loopbaanroute zoals ondernemerschap.

De rechtbank gaf de (jonge) benadeelde op belangrijke punten gelijk: Zurich mag niet verlangen dat hij als werkvoorbereider inkomen gaat genereren, Zurich moet meewerken aan begeleiding door een bedrijfseconoom, en Zurich moet aanvullende voorschotten voor verlies van verdienvermogen betalen. Tegelijkertijd werden enkele verzoeken afgewezen, onder meer omdat ze te onbepaald of prematuur waren.

Achtergrond: ongeval, herstel en loopbaanontwikkeling

De benadeelde raakte op 12 augustus 2021 – 18 jaar oud – met zijn bromfiets betrokken bij een aanrijding met een auto. Zurich, als WAM-verzekeraar van de auto, erkende de aansprakelijkheid. Het letsel was fors: een gebroken linkerenkel, een heupluxatie en een gebroken lendenwervel. Er volgden operaties (onder meer in Duitsland), langdurige revalidatie en er is nog geen medische eindtoestand. De gezamenlijke verzekeringsarts stelde beperkingen vast; blijvende beperkingen, met name bij rugbelastende activiteiten, liggen voor de hand.

Ondanks dit traject rondde de benadeelde zijn opleidingen af. Hij behaalde diploma’s in interieurbouw en vervolgens werkvoorbereiding. Parallel werkte hij aan een eigen onderneming: een bedrijf dat shakes op basis van biest produceert en verkoopt. Het bedrijf draaide wel omzet, maar leverde hem nog geen inkomen op; opbrengsten werden geïnvesteerd in groei.

Waar ging het geschil over?

De kern zat op drie onderwerpen die in letselschadezaken vaak tot discussie leiden:

  1. Schadebeperkingsplicht (art. 6:101 BW) versus zelfbeschikking: moet iemand – als hij het fysiek kan – in loondienst gaan (of blijven) om inkomensverlies te beperken?
  2. Begeleiding en deskundigenkosten: wie betaalt welke professionele ondersteuning om (nieuwe) verdiencapaciteit realistisch in beeld te brengen?
  3. Bevoorschotting: wanneer is voldoende “rechtens zeker” dat er meer schade is dan al is betaald, zodat een rechter in deelgeschil een aanvullend voorschot kan toewijzen?

 

Zurich stelde onder meer dat het verzoek te breed was voor deelgeschil en (grotendeels) prematuur, omdat zij al een tijdelijke regeling had getroffen: negen maanden bevoorschotting van € 1.500 per maand en evaluatie later. De benadeelde vond dat Zurich daarna onvoldoende voortvarend handelde, onder meer door niet te reageren op het voorstel om een bedrijfseconoom in te schakelen.

Oordeel rechtbank: deelgeschil geschikt en grotendeels niet prematuur

De rechtbank ging niet mee in het standpunt dat hiermee “de hele zaak” werd voorgelegd. De verzoeken betroffen een afgebakend deel van het geschil en konden de onderhandelingen daadwerkelijk vooruithelpen.

Ook het prematuriteitsverweer slaagde grotendeels niet. Van belang was dat de arbeidsdeskundige aangaf dat het in kaart brengen van de onderneming buiten zijn competentie viel en dat daarom een bedrijfseconoom was voorgesteld. De benadeelde vroeg herhaaldelijk om instemming met dat begeleidingstraject, maar Zurich reageerde maandenlang niet. De rechtbank vond dat Zurich hier actiever had moeten handelen, juist omdat de benadeelde jong is, aantoonbaar inzet toonde en de beschikbare periode (met voorschotten) zo goed mogelijk wilde benutten.

Alleen het verzoek om een aanvullend voorschot op smartengeld werd als prematuur beoordeeld, omdat voorafgaand aan het deelgeschil onvoldoende bleek van inhoudelijk overleg en standpuntwisseling over de hoogte daarvan.

Werk als werkvoorbereider: zelfbeschikking weegt zwaarder

Een opvallend onderdeel is de afweging over de schadebeperkingsplicht. De rechtbank stelde voorop dat de benadeelde recht heeft op volledige schadevergoeding, maar dat schade die met redelijke maatregelen had kunnen worden voorkomen voor eigen rekening kan blijven. Vervolgens weegt de rechtbank zwaar mee dat:

  • de benadeelde door het ongeval tegen zijn wil in in deze positie is gebracht;
  • hij in beginsel vrijheid heeft zijn leven en loopbaan in te richten;
  • de keuze voor de opleiding werkvoorbereider niet volledig “vrij” was, maar mede ingegeven door het ongeval (zijn oorspronkelijke plan richting (zelfstandig) interieurbouw werd doorkruist);
  • hij al vroeg merkte dat werkvoorbereiding niet bij hem paste en hij het diploma vooral afrondde als basis, niet als eindstation.

 

Conclusie: Zurich mag niet verlangen dat hij als werkvoorbereider inkomen genereert om verlies van arbeidsvermogen te voorkomen. Het verzoek om ook te bepalen dat hij zich niet hoeft te laten omscholen, wees de rechtbank wél af: als ondernemerschap uiteindelijk geen inkomen oplevert, kan op enig moment wel degelijk verwacht worden dat hij alternatieven onderzoekt.

Begeleiding door bedrijfseconoom: kosten moeten worden vergoed

De rechtbank maakte onderscheid tussen twee vormen van begeleiding:

  • Arbeidsdeskundige begeleiding: dit verzoek werd afgewezen omdat het te onbepaald en onvoldoende onderbouwd was (onduidelijk wat, hoe lang en waarom nu nodig).
  • Begeleiding door bedrijfseconoom: dit verzoek werd toegewezen. Zurich moet de begeleiding door de bedrijfseconoom vergoeden volgens het voorstel (begeleiding bij meerjarenplan en uitvoering, met rapportages).

 

Welke schadevergoeding en kosten wees de rechtbank toe?

De rechtbank veroordeelde Zurich tot betaling van meerdere posten. Belangrijk voor de praktijk is dat dit concreet om voorschotten en kosten gaat die direct financiële ruimte geven in de afwikkeling:

  • Voorschot verlies van verdienvermogen t/m februari 2025: € 30.415,25.
  • Voorschot verlies van verdienvermogen maart 2025 t/m oktober 2025: € 8.650,48.
  • Openstaande buitengerechtelijke kosten (25 juni 2024 t/m 6 februari 2025): € 2.915,50.
  • Kosten conceptverzoekschriften deelgeschil: € 7.664,14.
  • Kosten deelgeschilprocedure (incl. griffierecht): € 5.300,45.

 

Het verzoek om een voorschot op smartengeld werd, zoals gezegd, niet inhoudelijk beoordeeld (prematuur). Ook wees de rechtbank wettelijke rente af, omdat die vordering onvoldoende was onderbouwd.

Praktische lessen: dossier, realistische scenario’s en tempo in de schaderegeling

Deze zaak laat zien dat “schadebeperking” geen automatisme is. Een verzekeraar kan niet zonder meer afdwingen dat een benadeelde een functie uitoefent die niet past, zeker niet als die route mede door het ongeval is ontstaan. Tegelijk blijft overeind dat op termijn wél verwacht kan worden dat iemand alternatieven onderzoekt als een gekozen koers geen bestaanszekerheid biedt.

Daarnaast onderstreept de beschikking het belang van tijdige, deskundige onderbouwing. Als ondernemerschap onderdeel is van het re-integratie- en inkomensscenario, is bedrijfseconomische begeleiding (en toetsing) vaak essentieel. Blijft een verzekeraar te lang stilzitten, dan kan een deelgeschil worden ingezet om de impasse te doorbreken.

Slot: schakel bij complexe letselschade tijdig gespecialiseerde rechtshulp in

Bij letselschadezaken waarin medische onzekerheid, opleiding/loopbaanontwikkeling, ondernemerschap en bevoorschotting samenkomen, loopt de complexiteit snel op. Juist dan is het verstandig om een gespecialiseerde letselschadeadvocaat in te schakelen: om scenario’s goed te onderbouwen, de schadeposten strak te onderbouwen, en – als onderhandelingen vastlopen – effectief een deelgeschilprocedure te voeren.

letselschade deelgeschil verdienvermogen