Verlies van arbeidsvermogen is in veel letselschadezaken de zwaarstwegende schadepost. Dat komt omdat het niet alleen gaat om het loon dat je misloopt, maar ook om de financiële gevolgen op de lange termijn. Wie door letsel minder kan werken of noodgedwongen ander werk moet doen, kan te maken krijgen met structureel lagere inkomsten, gemiste carrièrestappen en een lagere pensioenopbouw. In dit artikel lees je wat verlies van arbeidsvermogen precies is, hoe het wordt vastgesteld en hoe de schaderegeling in de praktijk verloopt.
Wat is verlies van arbeidsvermogen
Verlies van arbeidsvermogen, ook wel verlies van verdienvermogen genoemd, is het verschil tussen wat je zonder het ongeval of incident had kunnen verdienen en wat je met het letsel nog kan verdienen. Die vergelijking vormt de basis van vrijwel iedere berekening. De hypothetische situatie zonder ongeval wordt afgezet tegen de feitelijke situatie na het ongeval.
Het gaat daarbij niet uitsluitend om salaris. Ook variabele beloningen, toeslagen, overwerk, winstontwikkeling bij ondernemers, doorgroeimogelijkheden en pensioenopbouw kunnen onderdeel zijn van deze schadepost. Juist omdat het vaak om een lange periode gaat, kan deze schadepost behoorlijk oplopen.
Wanneer speelt deze schadepost
Verlies van arbeidsvermogen komt in beeld zodra het letsel de mogelijkheden om te werken aantoonbaar beperkt. Soms is dat goed zichtbaar doordat je volledig uitvalt, maar vaak is het subtieler, bijvoorbeeld doordat werken nog wel lukt, maar alleen met minder uren, in een lager tempo of met aangepaste taken. Ook een gedwongen overstap naar lichter of lager betaald werk kan leiden tot inkomensschade. Bij jongeren en studenten speelt regelmatig de vraag hoe het carrièrepad zich zonder ongeval had ontwikkeld en of het letsel de instroom op de arbeidsmarkt of het bereiken van een ‘carrièrepiek’ belemmert. Bij zelfstandigen en ondernemers kan het gaan om omzet- en winstderving, maar ook om het mislopen van groeikansen of het structureel afnemen van de bedrijfswaarde.
Hoe wordt verlies van arbeidsvermogen vastgesteld?
De vaststelling begint doorgaans met de medische basis. Er moet duidelijk worden welke beperkingen er zijn en wat de prognose is. Het draait hierbij niet alleen om een diagnose, maar vooral om de functionele mogelijkheden: wat kan je nog wel, wat niet, en wat zijn naar verwachting duurzame mogelijkheden? In dossiers waarin partijen van mening verschillen of waarin de gevolgen groot zijn, wordt vaak een onafhankelijke medische expertise verricht met een gestandaardiseerde vraagstelling.
Op basis van die medische informatie volgt meestal een arbeidskundige beoordeling. Die draait om twee kernbegrippen. Het ‘maatmaninkomen’ beschrijft het inkomen dat bij je past in de situatie zonder ongeval, gegeven opleiding, ervaring, branche, functie en een realistisch carrièreverloop. Daartegenover staat de restverdiencapaciteit: het inkomen dat je, gelet op beperkingen en arbeidsmarktmogelijkheden, nog kan verdienen. De arbeidsdeskundige kijkt daarbij naar passend werk, de haalbaarheid van re-integratie, eventuele omscholing en de vraag of de beperkingen tot structurele uitval of structurele inkomensdaling leiden.
Daarna komt de financiële doorrekening. Inkomensverlies in het verleden wordt concreet berekend met salarisstroken, jaaropgaven, looncomponenten en gegevens over ziekteverzuim of uitkeringen. Toekomstschade is complexer, omdat die afhankelijk is van aannames. Dan wordt het verschil tussen je maatmaninkomen en restverdiencapaciteit doorgetrokken naar de toekomst, vaak tot je pensioendatum, en wordt dat bedrag gekapitaliseerd naar een som ineens. Hierbij spelen indexatie en de keuze van rekenrente een belangrijke rol. Ook je carrièreontwikkeling weegt mee: de vraag is niet alleen wat je vandaag verdiende, maar ook wat redelijkerwijs verwacht mocht worden aan groei of promotie.
Hoe de schaderegeling in de praktijk verloopt?
In de schaderegeling lopen aansprakelijkheid en schade-inventarisatie aanvankelijk vaak parallel. Zodra aansprakelijkheid is erkend of voldoende aannemelijk is, ontstaat ruimte om de schadeposten concreter uit te werken. Omdat inkomensschade direct kan knellen, worden in veel dossiers voorschotten besproken. Het uitgangspunt is dat jee niet onnodig in financiële problemen mag komen terwijl de afwikkeling nog loopt, mits de schade voldoende onderbouwd is.
Wanneer duidelijk wordt dat de beperkingen langer duren of mogelijk blijvend zijn, volgt meestal een fase waarin deskundigenonderzoek en scenario’s centraal staan. Medische informatie wordt verdiept, een arbeidsdeskundige brengt de arbeidsmogelijkheden in kaart, en een rekenkundige rekent verschillende varianten door. In die fase ontstaan vaak de belangrijkste discussies: hoe zou je loopbaan zonder ongeval realistisch zijn verlopen, welke arbeid is nu passend, en welke aannames zijn redelijk over groei, indexatie en rekenrente?
Vervolgens onderhandelen partijen over de uitgangspunten en de uitkomst. Dat kan eindigen in een vaststellingsovereenkomst met een slotbetaling. Soms wordt gekozen voor afspraken die ruimte laten voor latere aanpassing, bijvoorbeeld als de toekomst nog te onzeker is. Als partijen er niet uitkomen, kan een deelgeschilprocedure of bodemprocedure uitkomst bieden. In zulke procedures staat meestal niet de hele schadeafwikkeling centraal, maar een specifiek knelpunt, zoals de omvang van de beperkingen, de maatman, of de restverdiencapaciteit.
Waar je in de onderbouwing op moet letten
Omdat verlies van arbeidsvermogen draait om vergelijking en aannames, is onderbouwing essentieel. Hoe beter de uitgangspunten worden onderbouwd met objectieve gegevens, hoe sterker het dossier. Bij ondernemers vraagt dit extra zorgvuldigheid, omdat winstcijfers kunnen schommelen en privé-inkomen niet één op één samenvalt met bedrijfsresultaat. In alle gevallen is het verstandig om aannames transparant te maken en te laten aansluiten bij branchegegevens, loonontwikkelingen en concrete carrièrekansen.